Belgische overheid waarschuwt burgers tegen investeringen in illegale Israëlische nederzettingen

Na verschillende andere Europese lidstaten publiceerde nu ook België richtlijnen die burgers afraden te investeren in de illegale Israëlische nederzettingen. Afgelopen weken publiceerden 17 lidstaten gelijkaardige richtlijnen. Het initiatief is een welkome stap in de goede richting, maar de EU en haar lidstaten hebben nog een lange weg te gaan om hun verantwoordelijkheden ten aanzien van het internationaal recht ten volle na te komen.

De richtlijn stelt dat – ’De Europese Unie en haar lidstaten zijn van oordeel dat de Israëlische nederzettingen illegaal zijn naar internationaal recht (...) De Westelijke Jordaanoever, met inbegrip van Oost-Jeruzalem, de Gazastrook en de Golanhoogvlakte zijn gebieden die sinds 1967 door Israël worden bezet. Volgend uit het bovenstaande willen de Europese Unie en haar lidstaten Europese burgers en ondernemingen wijzen op de risico’s die verbonden zijn aan economische en financiële activiteiten in de nederzettingen. Financiële transacties, investeringen, aankopen, aanbestedingen maar ook andere economische activiteiten (zoals dienstverlening in bijvoorbeeld toerisme) in, of ten gunste van Israëlische nederzettingen, gaan gepaard met juridische en economische risico’s die voortvloeien uit het feit dat de Israëlische nederzettingen, naar internationaal recht, zijn gebouwd in bezet gebied en niet als rechtmatig onderdeel van het grondgebied van Israël worden erkend. Dit kan leiden tot betwistbare rechten op de grond, water, mineralen of andere natuurlijke hulpbronnen die het voorwerp zijn van aankopen of investeringen [1]

Made in Illegality

In België ijveren verschillende organisaties al jarenlang voor een daadkrachtige politiek ten aanzien van Israël. In februari lanceerde een coalitie van 25 organisaties Made in Illegality, een campagne opgebouwd rond die drie eisen voorlegt aan de overheid. Een importstop van producten uit de nederzettingen, de uitsluiting van de nederzettingen uit bilaterale akkoorden met Israël en een beleid dat bedrijven ontraadt om te investeren in de nederzettingen. Hiervoor baseert de coalitie, die gecoordineerd wordt door de noordzuid-koepels 11.11.11 en CNCD-11.11.11, zich op een lijvige juridische studie van François Dubuisson, professor internationaal recht aan de ULB.
Het rapport-Dubuisson beschrijft de schendingen die Israël begaat met de nederzettingen politiek en formuleert de verplichtingen die op derde staten (zoals de EU en haar lidstaten) rusten, als gevolg hiervan [2].

Respect voor het internationaal recht

De EU en België veroordelen regelmatig en ondubbelzinnig de Israëlische nederzettingenpolitiek. Tegelijkertijd komen producten uit de nederzettingen probleemloos op de Belgische markt terecht. Door deze import toe te laten, dragen onze overheden bij tot de economische ontwikkeling en de uitbreiding van de nederzettingen. Dit is niet alleen een politieke spreidstand, hiermee gaan de EU en haar lidstaten voorbij aan hun eigen verplichtingen.
Het rapport Dubuisson stelt dat derde landen alle maatregelen moeten nemen die binnen hun bereik vallen om schendingen van het internationaal recht te voorkomen en te stoppen. Concreet wil dit zeggen dat de EU en haar lidstaten maatregelen moeten nemen om de invoer van nederzettingenproducten te verbieden. Bovendien moeten ze gepaste maatregelen nemen ten aanzien van instellingen onder hun jurisdictie opdat deze geen activiteiten zouden ondernemen die bijdragen tot de kolonisatie van Palestijns land.

Positief signaal

Onder aanhoudende druk vanuit het Europese, Palestijnse en Israëlische middenveld werden het afgelopen jaar verschillende concrete stappen in de goede richting gezet. In juli 2013 publiceerde de EU richtlijnen die moeten voorkomen dat instellingen in de nederzettingen nog in aanmerking komen voor subsidies, prijzen of financiële instrumenten van de EU. De richtlijnen die de afgelopen week werden gepubliceerd, komen tegemoet aan de verantwoordelijkheid van staten om bedrijven effectief te informeren over mensenrechten. Vooral in conflictgebieden is een duidelijk beleid nodig om te helpen voorkomen dat edrijven betrokken raken bij schendingen van het internationaal recht.

Naast de initiatieven van de EU en nationale regeringen, namen verschillende bedrijven en pensioenfondsen de afgelopen jaren zelf het initiatief om zich te distantieren van de nederzettingen. Zo beslisten supermarktketens in Nederland (Hoogvliet en Jumbo) en het Verenigd Koninkrijk (Co-op) om producten afkomstig uit de nederzettingen uit hun rekken te weren. Ook verschillende pensioenfondsen, met name uit Noorwegen, Zweden en Nederland, stootten het afgelopen jaar financiële producten af die gelinkt waren aan de nederzettingen.

Daadkracht

In aanloop van de verkiezingen in mei vroeg de coalitie achter Made in Illegality standpunten van de verschillende politieke partijen. Aan Waalse kant onderschreven alle partijen behalve MR de doelstelling en de eisen van de campagne. Aan Vlaamse kant was er meer terughoudendheid, met Groen, SPa en Open VLD die pleiten voor een stapsgewijze aanpak waarbij de etikettering van nederzettingenproducten gezien wordt als een eerste haalbare stap. De verschillende initiatieven van de afgelopen maanden tonen dat het bewustzijn over de verantwoordelijkheden van overheden bij ons groeit. Maar de nood aan meer daadkracht blijft groot.

Meer informatie over Made in Illegality, de lopende petitie en de juridische studie van professor François Dubuisson vindt u op www.madeinillegality.org


[2Kijk voor een samenvatting van het rapport op http://www.madeinillegality.org/IMG/pdf/nl-resume-etude-dubuisson-2.pdf