Israël/Palestina : België en de EU moeten differentiatiebeleid verdiepen

Op 8 november 2016 stemde de Kamercommissie buitenlandse betrekkingen een resolutie over « de Belgische steun aan de hervatting van het Israëlisch-Palestijnse vredesproces ». De campagne Made in Illegality verwelkomt de bereidheid in de resolutie om het differentiatiebeleid tegenover Israëlische nederzettingen te verdiepen [1] en schuift enkele concrete actiepunten naar voren om dit te doen.

De Israëlische kolonisering van Palestijns gebied is illegaal. Het nederzettingenbeleid is onder artikel 49 van de Vierde Conventie van Genève een oorlogsmisdaad, en wordt keer op keer veroordeeld door de internationale gemeenschap, de Europese Unie en Europese lidstaten op kop. Tegelijk wordt geen actie ondernomen om de nederzettingenexpansie, die sinds 1967 stelselmatig toenam, een halt toe te roepen. Sinds de ondertekening van de Oslo-akkoorden in 1993 werden 50.000 nieuwe nederzettingeneenheden gebouwd in de Westelijke Jordaanoever, naast duizenden nederzettingeneenheden in Oost-Jeruzalem. De kolonistenbevolking in de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem explodeerde van 262.000 in 1993 tot 600.000 kolonisten in 2016. Derde staten hebben een verplichting om de gevolgen van een situatie die illegaal is onder internationaal recht niet te erkennen, wat de noodzaak van een differentiatiebeleid tegenover Israëlische nederzettingen aantoont.

De pan-Europese denktank European Council on Foreign Relations (ECFR) lanceerde de term « differentiatie » om verschillende maatregelen te duiden waarbij de EU en Europese lidstaten entiteiten en activiteiten in de nederzettingen uitsluiten van de bilaterale relaties met Israël, en zo duidelijk maken Israël enkel binnen de grenzen van 1967 te erkennen. De ECFR wijst er op dat zo’n beleid enkel de concrete uitvoering is van bestaande Europese regels. De eerste dergelijke differentiatiemaatregel die de EU doorvoerde was de publicatie van Europese richtlijnen (juli 2013) die de nederzettingen uitsluiten van Europese financieringsmechanismen.

In een nieuw rapport, « EU differentiation and the push for peace in Israel/Palestine  », gaat de ECFR verder in op de impact van differentiatie op het vredesproces. Het rapport stelt dat ontradingsmaatregelen veel effectiever zijn dan het louter aanbieden van incentives. Het Franse vredesinitiatief (dat in juni 2016 werd gelanceerd in Parijs) beperkt zich echter enkel tot het aanbieden van economische incentives om de herstart van onderhandelingen aan te moedigen, een strategie die tot mislukken is gedoemd.

De resolutie van het federale parlement moet daarom het differentiatiebeleid verder verdiepen, om op die manier een betekenisvol vredesproces mogelijk te maken. Dit kan onder meer door :

1. Betere identificatie van nederzettingenproducten  : in de zomer van 2014 werd een « Advies aan kleinhandelaars over de oorsprongsetikettering van producten uit door Israël bezette gebieden” gepubliceerd. Een soortgelijk Europees advies werd in november 2015 gepubliceerd. De implementatie van deze etiketteringsadviezen laat tot op heden echter op zich wachten. De campagne Made in Illegality roept de federale regering op de implementatie van de etiketteringsadviezen te verzekeren door :

  • Een controlemechanisme in te stellen dat toeziet op de correcte etikettering van nederzettingenproducten door Belgische kleinhandelaars ;
  • De samenwerking tussen de FOD Economie, Financiën (douane) en Buitenlandse Zaken te versterken ;
  • De Europese Unie te vragen een onafhankelijke audit te bestellen over de identificering van nederzettingenproducten door de Israëlische douane.

2. Op Europees niveau te pleiten voor de ontwikkeling van een coherent Europees beleid over economische relaties met staten die een grondgebied illegaal bezetten, en dus te pleiten voor de instelling van een algemeen importverbod op Israëlische nederzettingenproducten [2].

3. Informeer Belgische bedrijven over de risico’s van economische relaties met de nederzettingenindustrie, en ontwikkel in dit verband een actief ontradingsbeleid. De federale regering kan in dit verband :


[1Zie punt 4 van de resolutie : ‘verzoekt de federale regering (…) op Europees echelon (conclusies van de Raad van 18 januari 2016, punt 8 en conclusies van de Raad van 20 juli 2015, punt 6) en op bilateraal vlak de verdieping van het differentiatiebeleid tussen de Israëlische nederzettingen en Israël aan te moedigen, ter vrijwaring van de oplossing die twee staten voorstaat ; erop toe te zien dat de Israëlische nederzettingen niet het voordeel van de bilaterale betrekkingen tussen de EU en Israël genieten (…)’.

[2Zie in dit verband François Dubuisson (Centre de droit international-ULB), The International Obligations of the European Union and its Member States with regard to Economic Relations with Israeli Settlements’, CNCD-11.11.11, 11.11.11 en FIDH, Rapport, februari 2014 (geüpdate versie juli 2014) ; zie ook ‘Occupation/Annexation of a Territory : Respect for International Humanitarian Law and Human Rights and Consistent EU Policy’, European Parliament Directorate-General for External Policies Policy Department, juni 2015.